Melia schreef: Nouh, ik was het helemaal vergeten D: Ik was begonnen aan mijn stukje, maar ik had het nog niet verdergeschreven.
2 zwaargebouwde soldaten sluipen weg van de struik naar het kamp van de vijand. Angstig knijp ik mijn ogen toe. Mijn handen duw ik tegen mijn oren. Mijn hoofd rust op mijn knieën. Het duurt niet lang tot er luide schoten weerklinken door het bos. Er klinkt gehuil en gekreun… Waarom maken mensen oorlog? Waarom ben ik hier? Ik ben een kind, ik hoor hier niet… Ik open langzaam mijn ogen en zie de rest van de soldaten met tranen in de ogen hulp bij elkaar zoeken. Na een lange tijd stoppen de schoten en wordt het weer muisstil. Alsof het voorbij is en de vijand terug weg is, maar toch weet iedereen dat ze nog steeds niet veilig zijn. ‘’Kom, we gaan terug weg, het wordt avond.’’ fluistert de sergeant treurig. We proberen zo stil mogelijk weg te sluipen. Na een lange angstaanjagende tocht in het bos zijn we eindelijk terug bij ons verscholen kamp. We gaan ons klein tentje binnen en sommige soldaten halen eten tevoorschijn uit de houten, kleine kastjes. We zitten altijd op een rij tegen de muur te eten, met onze wapens naast ons. ‘’Lust je dit, kleine?’’ vraagt een vriendelijke soldaat naast mij terwijl hij me een zachte stomp geeft tegen mijn arm. Ik neem het sneedje brood aan en stop het onmiddellijk in mijn mond. Iedereen verslindt zijn voedsel als een stel gekken, zo’n honger hebben we. Sinds de oorlog is begonnen heerst er ook een hongersnood omdat alle velden kapot gaan. Mijn maag knort, iedereen kijkt me aan. Maar ik doe alsof er niks is gebeurt en ik leg mijn handen op mijn buik.